rozenbottel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Rozenbottels

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ro·zen·bot·tel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rozenbottel rozenbottels
verkleinwoord rozenbotteltje rozenbotteltjes

Zelfstandig naamwoord

rozenbottel v/m

  1. (fruit), de vrucht van de roos
    • Van rozenbottels wordt vaak jam gemaakt. 
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen