rog

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rog
enkelvoud meervoud
naamwoord rog roggen
verkleinwoord roggetje, rogje roggetjes, rogjes

Zelfstandig naamwoord

rog m

  1. (vissen) Batoidei of Hypotremata, een brede platte kraakbeenvis met een smalle staart
    Kinderen verbazen zich vaak over de platte vorm van een rog.
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie