roggetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rog·ge·tje

Zelfstandig naamwoord

roggetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord rog
  2. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord rogge

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.