rijwiel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Rijwiel met hulpmotor, Waterlooplein, Amsterdam
Uitspraak
Woordafbreking
  • rij·wiel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rijwiel rijwielen
verkleinwoord rijwieltje rijwieltjes

Zelfstandig naamwoord

rijwiel o

  1. (formeel) (verkeer) fiets
    rijwiel bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen