remitir

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·mi·tir
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
remitir
remitía
remitido
volledig

Werkwoord

remitir

  1. (onovergankelijk) verflauwen, afnemen, verminderen, bedaren, zwakker worden

remitteren tijdelijk minderen van koorts

  1. (overgankelijk) verzenden, versturen
  2. overmaken, gireren, storten, overboeken, overschrijven, transfereren
  3. uitstellen
Verwijzingen