versturen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·stu·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
versturen
verstuurde
verstuurd
zwak -d volledig

Werkwoord

versturen

  1. overgankelijk iets aan een verzendbedrijf ter bezorging afgeven
    • Ik heb gisteren die brief verstuurd. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.