profiteur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pro·fi·teur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord profiteur profiteurs
verkleinwoord profiteurtje profiteurtjes

Zelfstandig naamwoord

profiteur m [1]

  1. iemand die erop uit is op alle mogelijke manieren ten koste van anderen zijn voordeel te doen, een klaploper
Synoniemen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal