klaploper

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klap·lo·per
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord klaploper klaplopers
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

klaploper m

  1. iemand die profiteert van andermans goedheid
    klaploper bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl