plas

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plas
enkelvoud meervoud
naamwoord plas plassen
verkleinwoord plasje plasjes

Zelfstandig naamwoord

plas m

  1. een verzameling van vocht
    • De wond veroorzaakte een plas van bloed. 
  2. een door veenafgraving ontstaan meer
  3. een enkele afscheiding van urine
    • De dokter vroeg of ik mijn plas kon meenemen. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
plassen

plas

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van plassen
    • Ik plas. 
  2. gebiedende wijs van plassen
    • Plas! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van plassen
    • Plas je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie