plassen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plas·sen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
plassen
plaste
geplast
zwak -t volledig

Werkwoord

plassen

  1. (inergatief) urineren, wateren
    Hij heeft per ongeluk in zijn broek geplast.
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

plassen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord plas


Noors

Woordafbreking
  • plas·sen
Naar frequentie 2547

Zelfstandig naamwoord

plassen, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van plass


Nynorsk

Woordafbreking
  • plas·sen

Zelfstandig naamwoord

plassen, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van plass