patat

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·tat
enkelvoud meervoud
naamwoord patat patatten
verkleinwoord patatje patatjes

Zelfstandig naamwoord

patat m

  1. (voeding) Noord-Nederlandse benaming voor een gerecht of snack van gefrituurde aardappelreepjes ('patat frites')
  2. (voeding) (elders) aardappel
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
100 % van de Nederlanders
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie