patatje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·tat·je

Zelfstandig naamwoord

patatje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord patat

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be