frituren
Uiterlijk

- fri·tu·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| frituren |
frituurde |
gefrituurd |
| zwak -d | volledig | |
frituren
- overgankelijk, (kookkunst) bereiden door middel van onderdompeling in hete olie of vet
- Algauw zat ik het opgefleurde meisje tot in de finesses uit te leggen hoe onze vaderlandse kroketten worden bereid, van het trekken van de bouillon tot het paneren en frituren.[1]
de frituren mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord frituur
- Het woord frituren staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "frituren" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ www.parool.nl (25 nov 2025)
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Kookkunst in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %