paneel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·neel
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘beschot’ voor het eerst aangetroffen in 1280 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord paneel panelen
verkleinwoord paneeltje paneeltjes

Zelfstandig naamwoord

paneel o

  1. (rechthoekige) vlakke plaat met of zonder een omlijsting
  2. (kunst) rechthoekig (beschilderd) stuk hout
    • Een altaarstuk heeft meestal een paneel 
  3. bedieningsbord, instrumentenbord
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen