beschot
Uiterlijk
- be·schot
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | beschot | beschotten |
| verkleinwoord | beschotje | beschotjes |
het beschot o
- (bouwkunde) houten wandbekleding
- Ze hebben het beschot wit met rood geverfd.
- Het woord beschot staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "beschot" herkend door:
| 72 % | van de Nederlanders; |
| 61 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ beschot op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Bouwkunde in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 72 %
- Prevalentie Vlaanderen 61 %