zonnepaneel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

zonnepaneel
Uitspraak
Woordafbreking
  • zon·ne·pa·neel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zonnepaneel zonnepanelen
verkleinwoord zonnepaneeltje zonnepaneeltjes

Zelfstandig naamwoord

zonnepaneel o

  1. (elektrotechniek) een paneel dat stralingsenergie van de zon omzet in elektriciteit
    • Om in dit afgelegen gebied toch stroom te hebben hadden zij vroeger een generator, maar nu zijn ze overgestapt op zonnepanelen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie