overgang

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·gang
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord overgang overgangen
verkleinwoord overgangetje overgangetjes

Zelfstandig naamwoord

overgang v [1]

  1. het overgaan of veranderen in
    • De overgang tussen licht en donker is op dit schilderij heel goed te zien. 
  2. het van een toestand in een andere overgaan
  3. de plaats waar men iets kan passeren zoals een spoorwegovergang
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen