overgang

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·gang
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord overgang overgangen
verkleinwoord overgangetje overgangetjes

Zelfstandig naamwoord

overgang v [1]

  1. het overgaan of veranderen in
    • De overgang tussen licht en donker is op dit schilderij heel goed te zien. 
     De abrupte overgang van de woestijn naar de hoge Sierra kwam onverwacht hard aan.[2]
  2. het van een toestand in een andere overgaan
  3. de plaats waar men iets kan passeren zoals een spoorwegovergang
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be