Naar inhoud springen

afdruk

Uit WikiWoordenboek
  • af·druk
enkelvoud meervoud
naamwoord afdruk afdrukken
verkleinwoord afdrukje afdrukjes

deafdrukm

  1. resultaat van het afdrukken op papier of ander materiaal
    • De afdruk was erg mooi geworden. 
    • We zagen de afdruk van een voet in het zand. 
     Maar nauwelijks was men in de achterafkantoortjes van de opwinding bekomen of ze realiseerden zich dat op de plek waar het portret gedurende drieëntwintig jaar had gehangen een witte rechthoek treurig afstak tegen een geel verschoten muur. Een paar klerken grepen de kans om in de afdruk een teken van onschuld te lezen.[2]
vervoeging van
afdrukken

afdruk

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van afdrukken
    • ... dat ik afdruk. 
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[3]
  1. afdruk op website: Etymologiebank.nl
  2. Safae el Khannoussi
    “Oroppa” (2024), Uitgeverij Pluim op Wikipedia, ISBN 9789493339125
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be