ouderdom

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ou·der·dom
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ouderdom -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

ouderdom m

  1. tijd gedurende welke iets bestaat, leeftijd
  2. een veelal hoge leeftijd
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl