ontvoering

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·voe·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ontvoering ontvoeringen
verkleinwoord ontvoerinkje ontvoerinkjes

Zelfstandig naamwoord

ontvoering v

  1. het, tegen iemands zin, wederrechtelijk verplaatsen van een persoon
    De term "ontvoering" wordt in het algemeen gebruikt wanneer de ontvoerder iemand onttrekt aan zijn vertrouwde milieu en wegvoert naar een onbekende plaats.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie