onteigenen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
onteigenen onteigenend
onteigening onteigend


Woordafbreking
  • ont·ei·ge·nen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
onteigenen
onteigende
onteigend
zwak -d volledig

Werkwoord

onteigenen

  1. overgankelijk van staatswege iemand dwingen eigendom te verkopen tegen een opgelegde prijs
    • Die huizen werden onteigend om plaats te maken voor een nieuwe spoorlijn. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie