onteigening
Uiterlijk
- Geluid: onteigening (hulp, bestand)
- ont·ei·ge·ning
- Naamwoord van handeling van onteigenen met het achtervoegsel -ing
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | onteigening | onteigeningen |
| verkleinwoord | onteigeningetje | onteigeningetjes |
de onteigening v
- (juridisch) handeling, al of niet gerechtelijk, waarbij een zaak tot het eigendom van iemand anders gemaakt wordt
- De opmerkelijke rol van toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) bij de onteigening van 2,5 miljard euro, opgebracht door Nederlandse havenarbeiders en hun werkgevers.[1]
- Het woord onteigening staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "onteigening" herkend door:
| 95 % | van de Nederlanders; |
| 94 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ www.nrc.nl (11 mei 2025)
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be