onteigende

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·ei·gen·de

Werkwoord

vervoeging van
onteigenen

onteigende

  1. enkelvoud verleden tijd van onteigenen
    • Ik onteigende. 
    • Jij onteigende. 
    • Hij, zij, het onteigende. 

Deelwoord

onteigende

  1. verbogen vorm van het voltooid deelwoord onteigend van onteigenen