onoprecht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·op·recht
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onoprecht onoprechter onoprechtst
verbogen onoprechte onoprechtere onoprechtste
partitief onoprechts onoprechters -

Bijvoeglijk naamwoord

onoprecht

  1. expres je anders voordoen dan je bent
    • Dirigente Laurence Equilbey laat horen hoe torenhoog Mozarts ideeënrijkdom boven het suffe kapelmeesterwerk uitstak. De voornaamste kwaliteit van haar vertolking: nergens klinkt de muziek onoprecht, zelfs grootse koor­passages ontdoet ze van holle retoriek. Haar gevoel voor frisse ritmes, kleurnuances en dynamische schakeringen eist de volle aandacht op. Bijzondere troef van deze opname is de engelenstem van sopraan Sandrine Piau, die precies zingt zoals je Mozart wil hebben: hemels, maar niet ­verheven. [1] 
    • Nadat de Volkscommissaris voor Voorlichting en Schone Kunsten hem nog even heeft uitgelegd dat Majakovski een verrader was, brengt Malaparte de gestorven dichter een ode door zijn vragen aan diens kamer te stellen: een theatraal en maar vermoedelijk niet onoprecht gebaar. [2] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. de Standaard
  2. Volkskrant Arjan Peters 25 maart 2017
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be