oneerlijk

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·eer·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen oneerlijk oneerlijker oneerlijkst
verbogen oneerlijke oneerlijkere oneerlijkste
partitief oneerlijks oneerlijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

oneerlijk

  1. niet eerlijk
    • Referendum Turkije volgens Europese waarnemers oneerlijk verlopen. [1] 
Antoniemen
Verwante begrippen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

Meer informatie