onkruid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·kruid
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van kruid met het voorvoegsel on-
enkelvoud meervoud
naamwoord onkruid onkruiden
verkleinwoord onkruidje onkruidjes

Zelfstandig naamwoord

onkruid o

  1. planten die voorkomen op plekken waar ze niet gewenst zijn
    • Je moet het onkruid even weghalen. 
     Je ziet ook hoe het leven langzaam uit de Route is weggetrokken. De romantiek van het verval is overvloedig aanwezig. Verlaten, met gras en onkruid overwoekerde tankstations.[1]
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Spreekwoorden
  • Onkruid vergaat niet.
De nuttelozen of onwaardigen blijven het langst leven.
  • Wie zijn eigen tuintje wiedt, ziet het onkruid van een ander niet.
Een aansporing om zich kritisch op te stellen ten opzichte van zichzelf en niet ten opzichte van anderen.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Peter Giesen “Route Nationale 7, leuker dan de Route du Soleil” (30 juli 2014), de Volkskrant
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be