Naar inhoud springen

ongelooflijk

Uit WikiWoordenboek
  • on·ge·loof·lijk
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen ongelooflijkongelooflijkerongelooflijkst
verbogen ongelooflijkeongelooflijkereongelooflijkste
partitief ongelooflijksongelooflijkers-

ongelooflijk

  1. onmogelijk om geloof aan te schenken
    • Ik ben die ongelooflijke verhalen meer dan zat. 
     ' Ik had het gevoel dat ik moest stoppen; ik vond het ongelooflijk dat ik al zoveel had gezegd.[1]
     Het is een ongelooflijk idee dat Jacob van Loos een paar grachten verderop, in zijn huis aan de Prinsengracht, nog steeds denkt dat er niets aan de hand is, dat hij straks met Thea getrouwd zal zijn en aanzienlijk rijker zal zijn geworden, terwijl de Brandts momenteel rondtollen in de hel.[2]
  2. bijzonder, uitzonderlijk
    • Ik heb een ongelooflijke honger. 
     Hij verscheen in een mooi beige pak, met daaronder een blauw overhemd, dat afstak bij zijn donkere haar en hem een ongelooflijk elegante uitstraling gaf.[1]
97 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[3]
  1. 1 2
    Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586332
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be