ongelofelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·ge·lo·fe·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ongelofelijk ongelofelijker ongelofelijkst
verbogen ongelofelijke ongelofelijkere ongelofelijkste
partitief ongelofelijks ongelofelijkers -


Bijvoeglijk naamwoord

ongelofelijk

  1. onmogelijk om geloof aan te schenken
    Ik ben die ongelofelijke verhalen meer dan zat.
  2. bijzonder, uitzonderlijk
    Ik heb een ongelofelijke honger.
Synoniemen
Vertalingen