ongelofelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·ge·lo·fe·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ongelofelijk ongelofelijker ongelofelijkst
verbogen ongelofelijke ongelofelijkere ongelofelijkste
partitief ongelofelijks ongelofelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

ongelofelijk

  1. onmogelijk om geloof aan te schenken
    • Ik ben die ongelofelijke verhalen meer dan zat. 
  2. bijzonder, uitzonderlijk
    • Ik heb een ongelofelijke honger. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
94 % van de Vlamingen.