onbewogen
Uiterlijk
- on·be·wo·gen
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | onbewogen | onbewogener | onbewogenst |
| verbogen | onbewogenste | ||
| partitief | onbewogens | onbewogeners | - |
onbewogen
- kalm, rustig
- De burgemeester keek onbewogen naar de zaal waarin mensen zich verschrikkelijk aan het opwinden waren.
- ▸ 'Pro bono,' zei hij met een onbewogen gezicht.[1]
- ▸ ' Hij leunde gretig naar voren, voorbereid op een geschokte of verbaasde reactie, maar Cicero hoorde dit sensationele nieuws even onbewogen aan alsof hem net was verteld wat voor weer het morgen zou worden.[1]
- hard, meedogenloos
- De misdadiger keek onbewogen toe hoe zijn slachtoffer dood ging.
- ▸ Zijn onbewogen reactie maakt haar alleen maar bozer.[2]
- Het woord onbewogen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "onbewogen" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[3] |
- 1 2 “Imperium” (2006), Cargo, ISBN 9023420535
- ↑ “De familie Wachtman” (2006), Ambo/Anthos, ISBN 9789026352508
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voorvoegsel on- in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %