bewogen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·wo·gen
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

bewogen

  1. een staat waarin je verkeert als iets je emotioneel geraakt heeft
    • De man was diep bewogen toen hij hoorde dat zijn dochter bevallen was van een gezonde tweeling. 
  2. druk met veel gebeurtenissen
  3. vervoeging van bewegen
Synoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
bewegen

bewogen

  1. meervoud verleden tijd van bewegen
    • Wij bewogen. 
    • Jullie bewogen. 
    • Zij bewogen. 
  2. voltooid deelwoord van bewegen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.