onaangepast

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

onaangepast gedrag op een parkeerplaats
Uitspraak
Woordafbreking
  • on·aan·ge·past
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onaangepast onaangepaster (onaangepastst) *
verbogen onaangepaste onaangepastere (onaangepastste) *
partitief onaangepasts onaangepasters -

Bijvoeglijk naamwoord

onaangepast

  1. geen rekening houdend met de normen en waarden van de cultuur en de maatschappij waarin men verkeert en daardoor hinderlijk voor anderen
  2. niet geschikt voor het doel wat men wil bereiken of waarvoor men iets wil gebruiken
    • De communistische partij heeft nieuwe wetgeving voorbereid, maar die moet nog goedgekeurd worden. De wet zou instellingen verbieden om jongeren te ‘genezen’ met slagen of elektroshocks. Maar als die praktijken gekend zijn, waarom sturen ouders hun kinderen dan toch naar ontwenningskampen? ‘De centra beloven via emotionele reclamecampagnes een snelle oplossing’, zegt Trent Bax, socioloog en auteur over internetverslaving in China. ‘Ouders zijn enorm bang dat de succesvolle toekomst van hun enige kind gevaar loopt, omdat het niet wil stoppen met gamen en de school opgeeft.’ Bax wijst het ‘overdreven competitieve onderwijs’ in China met de vinger, maar ziet ook nog veel onaangepaste opvoedingsmethodes. [1] 
    • Het project gaat uit van de stichting Dutch Cell Dogs. Die geeft de trainingen al een paar jaar in diverse gevangenissen en huizen van bewaring in Nederland. Het gaat dan om honden die vaak een moeilijke voorgeschiedenis hebben, met mishandeling en verwaarlozing. Daardoor zijn ze zo onaangepast dat geen baasje ze kan hebben. [2] 
Opmerkingen
  • Omdat "-stst" moeilijk is uit te spreken en te verstaan kan voor de overtreffende trap beter de omschrijving "meest onaangepast(e)" worden gebruikt.[3][4]

Verwijzingen

Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen