adequaat

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ade·quaat
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Latijn.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen adequaat adequater adequaatst
verbogen adequate adequatere adequaatste
partitief adequaats adequaters -

Bijvoeglijk naamwoord

Bijwoord

adequaat

  1. correct en passend bij het beoogde doel
    Zout is een adequaat middel tegen gladheid.
    De piloot reageerde adequaat toen de motoren van het vliegtuig uitvielen en wist het vliegtuig keurig op de snelweg te laten landen.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen