aangepast

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·ge·past
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
aanpassen

aangepast

  1. voltooid deelwoord van aanpassen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen aangepast aangepaster (aangepastst) *
verbogen aangepaste aangepastere (aangepastste) *
partitief aangepasts aangepasters -

Bijvoeglijk naamwoord

aangepast

  1. geschikt gemaakt
Opmerkingen
  • Omdat "-stst" moeilijk is uit te spreken en te verstaan kan voor de overtreffende trap beter de omschrijving "meest aangepast(e)" worden gebruikt.[1][2]
Spreekwoorden

aangepaste woonruimte

  • woning die berekend is op personen met een handicap

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen