nonet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • no·net
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘muziekstuk voor negen instrumenten’ voor het eerst aangetroffen in 1860 [1]
  • Ontleend aan het Italiaanse nonetto
enkelvoud meervoud
naamwoord nonet nonetten
verkleinwoord nonetje nonetjes

Zelfstandig naamwoord

nonet o

  1. (muziek) een groep van negen muzikanten
  2. (muziek) een muziekstuk voor negen musici
Verwante begrippen

Gangbaarheid

18 % van de Nederlanders
20 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen