niezen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nie·zen
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘proesten’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1]
  • [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
niezen
niesde
geniesd
zwak -d volledig

Werkwoord

niezen [3]

  1. inergatief een plotselinge, krachtige uitademing om de neus te reinigen van prikkelende stoffen
    • Zij niesde aan één stuk door. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen