Naar inhoud springen

niesen

Uit WikiWoordenboek
  • nie·sen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
niesen
nieste
geniest
zwak -t volledig

niesen

  1. inergatief een plotselinge, krachtige uitademing om de neus te reinigen van prikkelende stoffen
    • Zij nieste aan één stuk door. 

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord

deniesenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord niese
52 %van de Nederlanders;
21 %van de Vlamingen.[3]