Naar inhoud springen

niais

Uit WikiWoordenboek
  enkelvoud meervoud
  mannelijk   niais niais
  vrouwelijk   niaise niaises

[A] niais

  1. (dierkunde) (verouderd) met betrekking tot een broedende valk in zijn nest, "nestend"
  2. (spreektaal) onnozel, dom, simpel (van geest)
  3. (spreektaal) stompzinnig, vol van domheden
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  niais     le niais     niais     les niais  

[A] niais m

  1. (spreektaal) stommeling; simpele geest; onnozelaar

[B] niais

  1. eerste en tweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (indicatif imparfait) van nier