negerin

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

negerin
Uitspraak
Woordafbreking
  • ne·ge·rin
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord negerin negerinnen
verkleinwoord negerinnetje negerinnetjes

Zelfstandig naamwoord

negerin v [2]

  1. een vrouw met een donkere huid met voorouders die uit Afrika komen
    • „De allermooiste negerin van de hele wereld en haar blonde wonderschone vriendin verdwijnen in de bocht”, staat in Gipharts roman Ik ook van jou uit 1992. Het zinnetje in het best verkochte debuut van dat jaar was indertijd niet aanstootgevend. Vorige week besloot uitgeverij Nijgh & Van Ditmar tot een jubileumeditie. De vraag was alleen: wat te doen met het woord ‘negerin’ dat enkele malen in de roman voorkomt? Giphart: „Ik kwam daarop omdat in het Rijksmuseum de titels en omschrijvingen werden aangepast: ‘zwarte negerin’ werd bijvoorbeeld ‘Surinaams meisje’. Die beslissing riep toen veel discussie op. Met de uitgeverij heb ik er in verband met deze jubileumuitgave veel over gesproken. Negerin is nu een vervelend woord, in de jaren negentig niet. Ik vind het nog steeds ingewikkeld. We hebben het zo gelaten, nu zou ik de verteller niet meer zo laten denken.”[3] 
Synoniemen
Antoniemen
Opmerkingen
  • Sommige mensen hebben moeite met het gebruik van het woord "negerin".
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen