blanke

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blan·ke
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van blank met het achtervoegsel -e.
enkelvoud meervoud
naamwoord blanke blanken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

blanke v/m

  1. iemand met een van nature bleke (pigmentarme) huid
    • Extreemrechtse blanken boycotten de verkiezingen in Zuid-Afrika. 
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

blanke

  1. verbogen vorm van de stellende trap van blank

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Afrikaans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord blanke blankes

Zelfstandig naamwoord

blanke

  1. blanke