Naar inhoud springen

blanke

Uit WikiWoordenboek
  • blan·ke
  • Afgeleid van blank met het achtervoegsel -e.
enkelvoud meervoud
naamwoord blanke blanken
verkleinwoord

deblankev/m

  1. iemand met een van nature bleke (pigmentarme) huid
     Hij loopt de straat door en is, een enkele uitzondering daargelaten, de enige blanke hier.[1]
    • Extreemrechtse blanken boycotten de verkiezingen in Zuid-Afrika. 

blanke

  1. verbogen vorm van de stellende trap van blank
     Het blanke vlees met een onderhuidse paarse zweem, haast identiek aan kip en ook qua vorm niet echt verschillend: een vlezige dij, zij het minder vol dan bij pakweg een Hollandse blauwe, uitmondend in een lange, dunne tibia met een opvallend dik gewricht.[2]
97 %van de Nederlanders;
97 %van de Vlamingen.[3]
  1. Johan Harstad
    “Max, Mischa & het Tet-offensief” (2017), Podium (uitgeverij), ISBN 9789057598500
  2. Manik Sarkar
    “Ossenkop” (2024), Hollands Diep, ISBN 9789048862696
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
enkelvoud meervoud
naamwoord blanke blankes

blanke

  1. blanke