natuurkundige
Uiterlijk
- na·tuur·kun·di·ge
- Afgeleid van natuurkundig met het achtervoegsel -e
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | natuurkundige | natuurkundigen |
| verkleinwoord |
de natuurkundige m
- (beroep) wetenschapper die de natuurkunde of fysica beoefent
- ▸ Zelfs mensen die zich religieus noemen, verlaten zich op hoogopgeleide natuurkundigen en kankerspecialisten.[1]
- ▸ In het verleden was de Amerikaanse STAR-detector altijd sneller in het vinden van recordbrekende antimateriedeeltjes. ‘Elke keer als ze [het LHC-team] ergens naar op zoek gingen, waren de onderzoekers van STAR ze voor’, zegt natuurkundige Horst Stöcker van het Frankfurt Institute for Advanced Studies in Duitsland. ‘Dit is de eerste keer dat het STAR-team iets nog niet heeft gezien, maar LHC-onderzoekers wel.’[2]
natuurkundige
- verbogen vorm van de stellende trap van natuurkundig
- Het woord natuurkundige staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ “Hoe overleef ik de moderne wereld” (2022), Atlas Contact
, ISBN 9789045045979 - ↑
Weblink bron Karmela Padavic Callaghan“LHC breekt record met detectie zwaarste antimaterie-atoom ooit” (23 april 2025), newscientist
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 13
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Achtervoegsel -e in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Beroep in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Bijvoeglijknaamwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal