fysicus

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fy·si·cus
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord fysicus fysici
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

fysicus m

  1. (beroep) wetenschapper die de fysica of natuurkunde beoefent.
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie