nachtmis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nacht·mis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord nachtmis nachtmissen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

nachtmis v/m [1]

  1. (feest) (kerst) (religie) de rooms-katholieke liturgie die op kerstavond, de avond van 24 december en/of de nacht die erop volgt, wordt gevierd ter ere van de geboorte van Jezus Christus
    • In de Dom van Keulen werden zaterdag voor de traditionele nachtmis op kerstavond voor het eerst de zakken van de kerkgangers gecontroleerd. Dat is een gevolg van het verhoogde terreurrisico sinds de aanslag op de Berlijnse kerstmarkt vorige week. [2] 
    • Het worstenbroodje is een begrip in Noord-Brabant. Het is ooit ontstaan als een manier om vlees langer goed te houden door het in deeg te rollen en te bakken. Hoe oud dit gebruik is weet niemand. Het worstenbroodje werd vooral bij speciale gelegenheden gegeten zoals na de nachtmis met Kerstmis, tijdens carnaval en tijdens de kermis. [3] 
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Standaard 25/12/2016 door bvb
  3. Tubantia 11-01-2017
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be