naamwoord

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • naam·woord
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord naamwoord naamwoorden
verkleinwoord naamwoordje naamwoordjes

Zelfstandig naamwoord

naamwoord o

  1. (grammatica) een woord dat een persoon of zaak noemt, bepaalt of aanduidt
    • Substantieven zijn zelfstandige naamwoorden, adjectieven zijn bijvoeglijke naamwoorden. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Afrikaans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord naamwoord naamwoorde

Zelfstandig naamwoord

naamwoord

  1. (grammatica) naamwoord