ὄνομα

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Oudgrieks

Uitspraak
  • IPA: /ónoma/

Zelfstandig naamwoord

ὄνομα o

  1. naam
  2. naamwoord
    «Τοῦ δὲ λόγου ἐστὶν ὀκτώ· ὄνομα, ῥῆμα, μετοχή, ἄρθρον, ἀντονυμία, πρόθεσις, ἐπίρρημα, σύνδεσμος»
    Er zijn acht woordsoorten: naamwoord, werkwoord, deelwoord, lidwoord, voornaamwoord, voorzetsel, bijwoord en voegwoord[1]
Schrijfwijzen
  • Latijnse transcriptie: onoma
Verwijzingen
  1. Dionysius Thrax. geciteerd in: Brandenburg, P. Apollonios Dyskolos: Über das Pronomen; Einführung, Text, Übersetzung und Erläuterungen (2005) Walter de Gruyter, Berlin/Boston; p. 56; ISBN 9783598778346