mum

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mum
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘ogenblik’ voor het eerst aangetroffen in 1940 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord mum -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

mum o [3]

  1. (uiterst kort) ogenblik
Uitdrukkingen en gezegden
  • in een mum (van tijd)
  • zeer snel

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen


Turks

Woordafbreking
  • mum
enkelvoud meervoud
nominatief   mum     mumlar  
genitief   mumun     mumların  
datief   muma     mumlara  
accusatief   mumu     mumları  
locatief   mumda     mumlarda  
ablatief   mumdan     mumlardan  

Zelfstandig naamwoord

mum

  1. kaars (voorwerp voor verlichting)
  2. was (groep stoffen bestaande uit esters van vetzuren en alcoholen)
  3. bijenwas
Synoniemen