moratorium

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·ra·to·ri·um
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘uitstel (van betaling)’ voor het eerst aangetroffen in 1847 [1]
  • afgeleid van het Latijnse morari (uitstellen) met het achtervoegsel -orium [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord moratorium moratoriums
moratoria
verkleinwoord moratoriumpje moratoriumpjes

Zelfstandig naamwoord

moratorium o

  1. (juridisch) een uitstel van betaling
  2. (overdrachtelijk) het 'bevriezen' van de huidige situatie
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

71 % van de Nederlanders
82 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Zelfstandig naamwoord

moratorium

  1. moratorium