monnikskap

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Aconitum napellus

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mon·niks·kap
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord monnikskap monnikskappen
verkleinwoord monnikskapje monnikskapjes

Zelfstandig naamwoord

monnikskap v / m [1]

  1. (hoofddeksel) (religie) kap van een monnikspij
  2. (bouwkunde) met de wind meedraaiende kap op een schoorsteen, een gek
  3. (plantkunde) (medisch) Aconitum op Wikispecies een geslacht van vaste planten uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae) waarvan de leden zeer giftig zijn en een kapvormig bovenste bloemblad hebben en waarvan sommigen o.a. worden gebruikt in zalven tegen zenuwpijnen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid


Verwijzingen