milt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • milt
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘orgaan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord milt milten
verkleinwoord miltje miltjes

Zelfstandig naamwoord

milt v/m

  1. (anatomie) een klier in de buikholte die een rol speelt bij het zuiveren en de opslag van bloed
    • Een gescheurde milt kan tot grote interne bloedingen aanleiding geven. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Deens

  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   en milt     milten     milte     miltne  

Zelfstandig naamwoord

milt g

  1. (anatomie) milt