mayor

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
mayor mayors

Zelfstandig naamwoord

mayor

  1. burgemeester


Spaans

Uitspraak
  • IPA: /ma'ʝoɾ/
Woordafbreking
  • ma·yor
enkelvoud meervoud
mayor mayores

Zelfstandig naamwoord

mayor m

  1. (militair) majoor
  2. volwassene, oudere
  • un hombre mayor
een oudere man
  enkelvoud meervoud
mannelijk mayor mayores
vrouwelijk mayor mayores

Bijvoeglijk naamwoord

mayor

  1. groter,grootst
  2. ouder, oudst