oudere

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ou·de·re
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘jongere* iemand globaalweg tussen de’ voor het eerst aangetroffen in 30 [1]
  • Afgeleid van ouder met het achtervoegsel -e [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord oudere ouderen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

oudere m

  1. een persoon op leeftijd
    • Er moet ook met de ouderen rekening gehouden worden. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

oudere

  1. verbogen vorm van de vergrotende trap van oud

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen